Kanaaldijk


Aan de oever van het Noordhollandsch Kanaal hebben enkele mannen hun tentje opgezet en staan te ouwehoeren en te vissen. Dat soort mannen zijn altijd van een apart slag en de meiden schenken verder weinig aandacht aan hen. De lucht is nu nog bewolkt met veel verschillende tinten grijs erin maar de blauwe openingen worden steeds talrijker en opvallender. Het belooft echt een mooie nazomerdag te worden. Bij het pontje, aan de overkant van de Dollard, halverwege de kanaaldijk, besluit Rinke deze te nemen. Als ze hier linksaf zouden gaan zou de weg wel erg smal worden en wie weet loopt deze wel dood. Rechtdoor is de weg ook erg smal en tegenliggers zijn moeilijk te ontwijken met de toch wel erg brede Volvo. Bij het pontje is een bel maar de veerman heeft hen ondertussen al gezien en aan de overkant, dus niet de oever waar de Volvo staat, maakt hij de trossen los en trekt via de ketting zijn pont naar de kant toe.

‘De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant, die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland. En dit heet dan de overkant, onthoudt u dat dus goed, want dit is van belang voor als u oversteken moet’, citeert Esther Drs. P uit het lied Heen en Weer. Priscilla giechelt.

Zodra Rinke met enige moeite de auto op de pont heeft gedraaid, de bocht die ze moet maken is erg scherp, stappen ze alledrie uit en groeten de veerman die iets onverstaanbaars bromt vanachter zijn baard. Hij draagt een donkerblauwe broek en dito jasje. Zijn ogen glimmen van onder de rand van zijn pet welke hij ver over zijn voorhoofd heeft getrokken. Zijn grijze haar piept er onderuit. Er staat een zacht briesje op het water welke de drie meiden over zich heen laten komen. Het water glinstert in het waterige zonnetje dat door de gaten tussen de wolken op het water schijnt. Het water beweegt vrij traag waardoor het een stroperige substantie lijkt, alsof iemand met een spatel met matglas heeft zitten spelen. Het heldergeel geschilderde metaal van de pont steekt hier schril tegen af. Binnen enkele minuten zijn ze alweer aan de overkant, betalen de veerman die vervolgens het verkeer van de drukkere weg voor hen tegenhoudt en even tegen zijn pet tikt als teken van groet.

« top « » volgende »