De karakters van In het hooi zijn niet uit de lucht komen vallen, ze zijn losjes geïnspireerd op drie meiden die ik ken uit de werkelijkheid en voor een deel ben ik (voor een deel per ongeluk) in hun huid gekropen. Op een ochtend in oktober was ik in een supervrouwelijke bui en trok laarzen met hakken aan, een rode rok, een rood truitje, deed make-up op en oorbellen in. Ik zette een hoedje op en trok mijn bontjas aan. Veel vrouwen doen dit elke dag maar ik zelden. Door mijn verbazing over mezelf kwam ik erachter dat ik haast als vanzelf in de huid van Priscilla was gekropen. Ik glimlachte ook al de hele dag en ging lunchen met een vriendin van me en moest moeite doen om niet moeilijk te doen over het eten en korstjes van het brood te snijden. De typische pruillip van Pris en haar overdreven lach kon ik niet onderdrukken. Bij alles wat ik voelde in mijn lichaam dacht ik dat er iets mis was terwijl ik er normaal mijn schouders over ophaal.
Niet veel later, een andere dag, voelde mijn lichaam aan alsof het even zwaar was als het lichaam van Esther. Lopen ging vanzelf anders en mensen keken me anders aan. Ik kwam twee meisjes met een hoofddoek tegen en ze lachten automatisch naar me. In mijn hoofd zat klassieke muziek en eenmaal in de Hema wilde ik spullen aanraken en kopen welke in normaal nooit zou zien staan. Ik heb me heel erg moeten inhouden om niet mijn winkelmandje vol te stouwen. Ik trok onwillekeurig mijn sjaal meer om mijn nek heen en voelde dat ik vreemde mensen enigszins bedreigend vond.
Dezelfde week ben ik deels voor mezelf en deels voor Rinke naar tweedehands spullen gaan kijken bij twee winkels die verhuisd bleken te zijn van de houthavens naar Amsterdam Noord. Ik houd zelf van oude gebouwen maar Rinke totaal niet en de nieuwbouw aan het IJ viel me nu heel erg op. Wat ik aan had interesseerde me niet meer onderweg en ik vond het heerlijk om buiten te zijn en voelde me heel erg thuis aan de andere kant van het IJ. Ik fantaseerde over mijn kamer en huisbaas en griezelde bij het idee van een huisbaas met een sleutel. Het was ook een dag dat ik pech had en me schuldig voelde over kleine dingen. Ook kon ik me geen houding geven op de pont en mijn eigen lichaam zat me in de weg.
Deze drie dagen waren erg leerzaam naar mijn karakters toe al had ik nog een karakter te gaan, namelijk de boer. De boer is een kind van NSBers en schaamt zich daar niet voor, hij heeft eerder hun gedachtegoed overgenomen en wordt in 1953 lid van de Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB). Het viel niet mee om mij in te leven in een fascist en neonazi. In oktober heb ik een groot aantal oorlogsfilms gekeken en Duitse (mars)muziek uit de jaren 40 gedraaid, voor de sfeer op de boerderij in de jaren 40. Ook heb ik op Internet verhalen en getuigenissen gelezen. Als het me al lukte me te verplaatsen in de boer werd ik enthousiast van de muziek en stampte met mijn voeten als ik liep. Mijn botten voelden dan oud aan wat niet verwonderlijk is want de boer is zeventig jaar oud.
Voor overige sfeerelementen ben ik met een vriendin een dag naar Friesland geweest volgens dezelfde route als de meiden in mijn boek. Onderweg heb ik veel foto’s genomen en muziek gedraaid van eind jaren 90, het boek speelt in 1999. Voor de overnachtingen heb ik situaties en locaties gebruikt van vakanties met dezelfde vriendin. Eigenlijk hebben de maanden oktober en ook november 2009 geheel in het teken gestaan van In het hooi.
© Hannah Biemold