Na deze korte tussenstop maakt de dijk een bocht naar rechts en staan ze stil in een file. Het verkeerslicht staat op rood en ze moeten wachten voor de open brug. Er moeten heel wat masten doorheen en doordat ze dezelfde snelheid hebben lijkt het alsof het één lang schip is dat door de smalle opening van de brug moet. Ze staan nu op het eiland Kornwerderzand met aan de rechterhand enkele huisjes met een oranje dak waaruit kleine dakkapellen steken. De masten van de voorbij komende schepen lijken door de daken van deze huisjes heen te steken.
‘Oh, hier heb je dat museum met al die bunkers, hoe heet het ook alweer.’
‘Bedoel je het Kazemattenmuseum? Daar hebben ze originele verdedigingswerken uit de jaren dertig, er is flink gevochten en de sporen daarvan kun je nog goed zien.’
‘Mij krijg je zo’n bunker niet in hoor, te benauwd en te veel herinneringen.’
Als de slagbomen van de brug weer dalen rijden ze verder en doen er de rest van de Afsluitdijk het zwijgen toe. Zodra ze echt op het vaste land zijn neemt Rinke de afslag naar Harlingen en rijdt een stuk langs de kust. Omdat ze weer achter een dijk rijden zien ze weer niet de zee maar wel stukken van het Friese landschap met veel losse boerderijen die altijd vergezeld worden van groepjes hoge bomen.
« top « » volgende »