Bij Oosthuizen neemt Rinke de scherpe bochten een beetje te snel en Priscilla gilt op de achterbank en klampt zich vast aan de stoel van Esther, die scherpe bochten wel spannend vindt en het eerder uitkraait van plezier. Inmiddels rijden ze heel dicht langs het Markermeer en krijgen daar wel trek van. Esther haalt Evergreens uit haar tas en deelt deze uit.
‘Kom op Pris, deze kun je toch wel verdragen? Ze zijn echt heel gezond!’
‘Maar rozijnen vind ik echt niet lekker, ik probeer ze er wel tussenuit te halen.’
‘Als maar niet de hele achterbank onder de kruimels zit straks, anders laat ik je ze oplikken.’
Voordat ze bij Oosthuizen de weg vervolgen en eigenlijk zo langzamerhand de snelweg op willen rijdt Rinke een klein rondje door het dorpje dat in verhouding een vrij grote kerk heeft van rode baksteen en dichtgemetselde hoge ramen. De kerk heeft geen toren maar een kleine witte klokkentoren met een uivormige kap. Aan deze klokkentoren is ook een klok bevestigd die alleen te zien is vanuit de juiste hoek vanaf de straat en warempel ook nog gelijk loopt. De rest van het dorpje bestaat uit huisjes welke uit een sprookje lijken te komen, uit Hans en Grietje bijvoorbeeld, omdat ze van hout zijn of een gevel hebben die van suikerwerk lijkt te zijn gemaakt.
« top « » volgende »